Op een zondag in september begint mijn wandeling meestal op dezelfde manier. De hond staat al bij de deur voordat ik mijn jas heb gepakt, buiten hangt nog een beetje mist en de lucht ruikt naar natte bladeren. Het plan is ook altijd hetzelfde, een flink stuk door het bos en daarna, als beloning, een terras waar honden welkom zijn.
Dat laatste onderdeel is voor mij wat een gewone wandeling bourgondisch maakt. Het gaat niet om de kilometers, het gaat om de koffie met appeltaart, de kom soep of het glas rode wijn aan het eind. Maar wie van het bos naar het terras wil zonder eerst naar huis te gaan om zich te verkleden, moet een beetje vooruitdenken.
Het bos in september en oktober
De herfst is het mooiste seizoen om met een hond te wandelen. Het is koel genoeg dat hij niet na een half uur hijgend in de schaduw wil liggen, de paden zijn rustiger dan in de zomer en er valt overal iets te snuffelen. Paddenstoelen, eikels, beukennootjes, het spoor van een ree.
Het bos is in deze maanden ook nat. Paden die in juli stoffig waren, veranderen na een paar buien in modderstroken, en in de laagten blijft water staan. Een hond vindt dat heerlijk. Jij misschien iets minder, als je in gewone sneakers loopt.
Een paar dingen die ik heb geleerd over wandelen met een hond in deze tijd van het jaar.
- Houd de hond aan de lijn waar dat staat aangegeven. In de herfst lopen er in veel bossen herten en reeën, en die wil je niet laten opjagen.
- Neem een oude handdoek mee in je tas of in de auto. Een natte hond op een terras is prima, een natte hond die zich uitschudt naast iemands appeltaart minder.
- Laat de hond niet van paddenstoelen eten. Een aantal soorten is giftig voor honden, en het verschil zie je niet altijd.
- Kijk na afloop zijn poten na op stekels en tussen de tenen op klitten.

Schoenen die van modder naar terras kunnen
Hier zit voor mij de kern van het verhaal. Hoge regenlaarzen zijn ideaal in het bos, maar op een terras voel je je er net iets te veel boerin in. Wandelschoenen lopen fijn, maar zien er na een modderige tocht niet meer uit. Wat wel werkt, is een laars die precies tot over de enkel komt, die je met een pluk gras schoonveegt en die er daarna weer verzorgd uitziet.
Daarom past de chelsea boot zo goed bij deze wandeling. Het model bestaat al sinds de negentiende eeuw. Volgens het Engelstalige Wikipedia-artikel over de chelsea boot wordt het ontwerp toegeschreven aan Joseph Sparkes Hall, de schoenmaker van koningin Victoria, en droegen mannen en vrouwen de laars toen al allebei. De kenmerken zijn sindsdien nauwelijks veranderd. Elastische inzetten aan de zijkant, een lage hak, een lus aan de achterkant om de laars aan te trekken en een nauwe pasvorm rond de enkel.
In leer is het een stadslaars. In rubber wordt het een laars die het bos aankan en die je op het terras gewoon aanhoudt. Ik draag zelf het liefst rubberen chelsea boots voor dames met een stevig profiel onder de zool, omdat die op een glibberig bospad houvast geven en aan een tafeltje in het dorp toch gewoon als schoen ogen. In die collectie zie je klassieke modellen van natuurrubber in mat en glanzend, een steviger model met een grovere profielzool en lichtere boots met een gegoten zool en een treklipje, sommige ook met een warme voering. De kleuren lopen van zwart, chocoladebruin en donkerblauw tot olijfgroen, rood, okergeel en een luipaardprint.
Eén ding is goed om te weten. Bij de meeste rubberen chelsea boots is het elastische inzetstuk niet volledig waterdicht. Voor een modderpad en natte bladeren maakt dat niets uit, maar door een diepe plas waden doe je er beter niet mee. Daarvoor zijn hoge laarzen.
Wat ik meeneem en wat ik aantrek
Een herfstwandeling met een terras als eindpunt vraagt niet veel bagage, maar een paar dingen gaan altijd mee. Een thermosfles thee voor halverwege, een appel voor mezelf en een handje snoepjes voor de hond. Nooit zonder poepzakjes en een opvouwbaar drinkbakje. Wie meer tijd heeft, maakt er een kleine picknick van op een bankje aan de rand van het bos. Hoe je zoiets mooi en praktisch inpakt, beschreef ik eerder in mijn stuk over picknicken.
Wat sokken betreft ben ik in de loop der jaren streng geworden. In rubberen boots zweet je, ook als het fris is, en dunne katoenen sokken worden dan klam en koud. Een paar warme sokken met wol, zoals die van Sockwell, houdt je voeten de hele wandeling op temperatuur en zakt niet af in de laars. Daarboven draag ik een gewatteerd jasje of een waxjas en een sjaal die ook op het terras nog staat.

Het terras als eindpunt
Dan het mooiste deel. Bij steeds meer cafés en restaurants aan de rand van het bos zijn honden welkom, vaak met een waterbak bij de deur. Bel bij twijfel even van tevoren, zeker als je met een groep komt of met twee honden.
Wat ik bestel, hangt af van het uur en het weer. Op een frisse ochtend is het koffie met appeltaart, en daarin ben ik kieskeurig. Een goede appeltaart heeft stevige, zurige appels die hun vorm houden. Welke soorten daarvoor werken, lees je in welke appel je voor welk gerecht pakt. Later op de middag wordt het een kom erwtensoep of pompoensoep, en tegen vieren een glas rode wijn met een plankje kaas.
De herfst is het seizoen waarin dat allemaal klopt. Wie zich verder wil laten leiden door wat er nu op de markt ligt, vindt veel ideeën in seizoensproducten aan tafel. En op een avondterras in de stad, waar geen modder te bekennen is, laat ik de rubberen boots thuis en kies ik leren enkellaarsjes van Lazamani.
Verder dan het bos
Niet elke herfstwandeling is een rondje bos. Een paar keer per jaar loop ik een hele dag, over de heuvels in Zuid-Limburg of over de Veluwe, met onderweg een lunch en aan het eind een diner. Op zulke dagen draag ik waterdichte wandelschoenen van KEEN, omdat ik op lange afstanden meer steun onder mijn voet wil. De hond loopt dan ook een stuk rustiger, die weet dat het een lange dag wordt.
Maar de korte wandeling op zondag, met de mist nog tussen de bomen en een terras als doel, blijft mijn favoriet. Een uur bos, een uur aan tafel. Zo hoort een herfstzondag te zijn.


