Tafel dekken: de basisregels voor bestek, borden en glazen

·

Tafel dekken: de basisregels voor bestek, borden en glazen

Kort antwoord: Bij het tafel dekken leg je het bestek in volgorde van gebruik: van buiten naar binnen. Vorken links, messen en lepels rechts met de snijkant naar het bord. Het bord komt midden op de plaats, glazen rechtsboven het mes. Servet links of op het bord.

Een goed gedekte tafel doet iets met een avond. Nog voordat er eten op staat, voel je of er aandacht aan besteed is. En het mooie: het kost je echt geen uur. Zodra je de paar basisregels kent, dek je een tafel bijna op de automatische piloot.

Ik dek thuis vaak voor zes tot acht personen, en de meeste vragen die ik krijg gaan over hetzelfde: waar ligt het bestek ook alweer, en aan welke kant hoort dat glas? Hieronder zet ik het rustig op een rij, zodat je het nooit meer hoeft op te zoeken.

De gouden regel: van buiten naar binnen

Als je maar één ding onthoudt, laat het dit zijn. Het bestek ligt in de volgorde waarin je het gebruikt, van buiten naar binnen werkend richting het bord. Begin je met soep, dan ligt de soeplepel het verst naar buiten. Daarna komt het voorgerecht, en helemaal tegen het bord aan ligt het bestek voor het hoofdgerecht.

Je gasten hoeven dus nooit te twijfelen. Ze pakken simpelweg het buitenste mes en de buitenste vork, en werken vanzelf naar binnen. Voor een doordeweekse maaltijd met één gang heb je natuurlijk maar één set nodig: een mes, een vork, en klaar.

Vorken links, messen en lepels rechts

De vork hoort links van het bord. Messen en lepels gaan naar rechts. De snijkant van het mes wijst altijd naar het bord toe, dat is geen detail maar gewoon de afspraak. Een lepel leg je met de bolle kant naar beneden, naast het mes.

Een handig ezelsbruggetje: het woord “links” en het woord “vork” hebben allebei vier letters. En “rechts”, “mes” en “lepel” horen bij elkaar aan de andere kant. Werkt bij mij altijd.

Het dessertbestek boven het bord

Het bestek voor het toetje leg je horizontaal boven het bord. Het dessertvorkje wijst met de steel naar links, het lepeltje of mesje ligt erboven met de steel naar rechts. Zo blijft je plaatsruimte links en rechts overzichtelijk, en weet iedereen dat er nog iets zoets komt. Heb je weinig ruimte? Dan mag het dessertbestek ook gewoon pas bij het toetje op tafel.

Het bord als middelpunt

Het bord bepaalt de plek. Leg het ongeveer twee tot drie centimeter van de tafelrand, zodat niemand er overheen hangt. Een onderbord (of charger) onder het gewone bord geeft meteen een feestelijker beeld en vangt kruimels op, maar verplicht is het niet.

Voor brood gebruik je een klein bordje linksboven, net boven de vorken, met een botermesje er dwars overheen. Het soepbord zet je tijdens het serveren op het gewone bord, niet ernaast. Welk servies je hier het beste voor pakt, hangt af van de gelegenheid: in servies kiezen en combineren: van alledaags tot feestelijk lees je hoe je een set opbouwt die voor zowel een snelle doordeweekse avond als een diner werkt.

Een tafel hoeft niet duur te zijn om verzorgd over te komen. Het gaat om de juiste plek van elk ding, niet om de prijs ervan.

Glazen: rechtsboven het mes

De glazen staan rechtsboven, net boven de punt van je mes. Ook hier geldt de volgorde van gebruik, en je werkt van rechtsonder schuin naar linksboven.

  • Waterglas: het grootste glas, staat het dichtst bij je en het meest naar links van de groep.
  • Rodewijnglas: rechts van het waterglas, iets kleiner, met een ruimere kelk.
  • Witwijnglas: nog verder naar rechts, kleiner dan het glas voor rode wijn.
  • Champagne- of proseccoglas: het smalle flûteglas zet je het verst naar rechts of er een tikje achter.

Serveer je maar één wijn, dan zet je gewoon één wijnglas naast het waterglas. Houd het simpel. Wil je precies weten welk model bij welke drank past en waarom de vorm uitmaakt voor de smaak, kijk dan in het overzicht welk glas voor welke drank?. Een tip uit ervaring: pak liever te weinig glazen dan te veel. Drie glazen per persoon ziet er al snel druk uit, en je tafel raakt vol voordat het eten er staat.

Het servet en de afwerking

Het servet leg je links van het bord, naast de vorken, of je legt het netjes op het bord zelf. Beide kan, het is een kwestie van smaak en ruimte. Op het bord oogt iets formeler; links ernaast houdt het bord vrij voor het eerste gerecht.

Een gevouwen servet maakt direct verschil. Je hoeft echt geen ingewikkelde origami te doen, een simpele rechthoek of een losjes opgerolde vorm in een ring staat al prima. Wil je voor een feestelijke avond toch wat meer? In servetten vouwen: 6 elegante vouwtechnieken staan vouwen die er moeilijker uitzien dan ze zijn.

De laatste details

  • Zout en peper zet je centraal op tafel, binnen handbereik van iedereen. Bij een lange tafel zet je twee sets neer.
  • Kaarsen mogen, maar houd ze of laag (theelichtjes) of juist hoog, zodat niemand over de vlam heen naar de overkant hoeft te turen.
  • Bloemen zet je laag. Een hoog boeket midden op tafel is mooi op de foto, maar onhandig als je een gesprek wilt voeren met de persoon tegenover je.

Een snel stappenplan

Wil je het in vijf stappen? Zo dek ik zelf een tafel, en in deze volgorde gaat het het snelst:

  • Leg de borden neer, op gelijke afstand en op twee centimeter van de rand.
  • Leg de vorken links, messen en lepels rechts, van buiten naar binnen.
  • Plaats het dessertbestek horizontaal boven het bord.
  • Zet de glazen rechtsboven het mes, van groot naar klein.
  • Leg het servet en zet zout, peper en wat sfeer (kaars, bloem) op tafel.

Meer wil het eigenlijk niet zijn. Heb je dit eenmaal in de vingers, dan kun je gaan spelen met kleuren, lagen en seizoensaccenten. Dat hele palet, van basis tot styling, vind je in onze complete gids over tafel dekken en tafelstyling. De regels hierboven zijn je fundament; de rest is plezier.

Veelgestelde vragen

Aan welke kant leg je het mes en de vork?

De vork ligt links van het bord, het mes rechts met de snijkant naar het bord toe. Lepels horen ook rechts, naast het mes. Heb je meerdere gangen? Leg het bestek dan van buiten naar binnen in de volgorde waarin het gebruikt wordt.

Waar staat het waterglas op een gedekte tafel?

Het waterglas staat rechtsboven het bord, net boven de punt van het mes. Het is het grootste glas en staat het dichtst bij je. Eventuele wijnglazen zet je er schuin rechts naast, in volgorde van gebruik van groot naar klein.

Ligt het servet links of op het bord?

Allebei mag. Links van het bord, naast de vorken, houdt het bord vrij voor het eerste gerecht. Op het bord oogt net iets formeler en feestelijker. Kies wat past bij de gelegenheid en de ruimte die je hebt.

Waar leg je het dessertbestek?

Het dessertbestek leg je horizontaal boven het bord: het vorkje met de steel naar links, het lepeltje of mesje erboven met de steel naar rechts. Heb je weinig plek, dan kun je het ook pas bij het toetje op tafel leggen.