Een compleet servies voor twaalf personen kopen is de snelste manier om een kast te vullen en de zekerste manier om er over vijf jaar op uitgekeken te zijn. Er breekt iets, je koopt bij, het dessin is uit productie, en dan sta je met tien borden waar je niets meer aan toevoegt. Losse borden verzamelen kost meer tijd, maar levert een tafel op die er elk jaar beter uitziet in plaats van slechter.
Het risico is natuurlijk dat het rommelig wordt. Er zit een dunne lijn tussen een kast die verzameld oogt en een kast die eruitziet alsof er nooit iets is weggegooid. Die lijn zit niet in de smaak maar in drie afspraken die je met jezelf maakt.
Kies één grondtoon en houd je eraan
Het klassieke wit als basis werkt, maar het is niet de enige mogelijkheid. Een warme crèmetoon, een zacht groen of het gebroken wit van oud aardewerk kan net zo goed, zolang je maar één grondtoon aanhoudt. Alles wat je erbij koopt moet daar tegenaan kunnen liggen zonder te vloeken.
De meeste mensen die een verzameling opbouwen zonder deze regel, komen uit bij een kast waarin elk stuk op zichzelf mooi is en het geheel schreeuwt. Wit uit de jaren dertig is niet hetzelfde wit als het wit van een moderne fabrikant, en dat zie je pas als ze naast elkaar op tafel staan.
Laat de maten variëren, niet de vorm
Borden van verschillende diameters naast elkaar zien er goed uit. Borden met totaal verschillende randen niet. Een bord met een brede platte rand en een bord dat vloeiend opkrult vragen elk een ander soort tafel. Kies één randtype als leidraad en wijk daar hooguit bij bijzettellers van af.
Bij kopjes ligt dat losser. Kopjes mogen wel verschillen, en het is zelfs prettig als iedereen aan tafel zijn eigen kopje herkent. Dat is een van de aardigste dingen aan een verzamelde kast: mensen krijgen een voorkeur.
Ken je materiaal
- Porselein is dun, hard en doorschijnend als je het tegen het licht houdt. Het kan tegen de vaatwasser, maar niet tegen een goudrand in de magnetron.
- Aardewerk is dikker, poreuzer en warmer van kleur. Het houdt warmte langer vast en is daarom fijn voor ovenschotels, maar het craqueleert na verloop van tijd.
- Steengoed zit ertussenin: dicht gebakken, stevig, meestal vaatwasserbestendig, en het meest praktische voor dagelijks gebruik.
- Beenderporselein is het lichtst en het duurst, en herkenbaar aan de warme toon en de klank als je er tegenaan tikt.
Losse stukken vind je bij kringloopwinkels, op rommelmarkten en bij online marktplaatsen, waar hele dozen servies vaak voor een paar euro weggaan omdat er niets compleets bij zit. Wie gericht op zoek is naar een merk, komt verder bij een antiekhandel of bij veilinghuizen die online kavels aanbieden. Bijbestellen van bestaande dessins kan soms nog bij gespecialiseerde webshops die restanten van fabrikanten opkopen.
Zo pak je het aan
- Bepaal je grondtoon en fotografeer één bord uit je huidige kast. Die foto neem je mee, want kleurgeheugen is onbetrouwbaar en in het licht van een kringloopwinkel lijkt alles ivoor.
- Tel wat je werkelijk gebruikt. De meeste huishoudens dekken hooguit voor acht, niet voor twaalf. Verzamel voor acht en houd twee reservestukken achter de hand.
- Koop per keer minstens twee gelijke stukken. Eén enkel bord wordt zelden gebruikt, twee wel, en vier maakt het een set binnen je verzameling.
- Controleer elk stuk op haarscheuren door het aan je vinger te laten hangen en er tegenaan te tikken. Een heldere toon betekent heel, een doffe klap betekent een scheur die je nog niet ziet.
- Kijk naar de onderkant. Merktekens vertellen je wie het maakte en vaak ook wanneer, en dat helpt bij het bijzoeken. Slijtageringen op de bodem zeggen iets over hoe vaak het gebruikt is.
- Was nieuw aangekocht servies apart af voordat het bij de rest gaat, en zet het niet meteen in de vaatwasser. Oude glazuren en decoraties op de rand zijn daar soms niet tegen bestand.
Wat ik zou laten liggen
Grote sets met een druk dessin over het hele bord. Ze zijn spotgoedkoop omdat niemand ze wil, en daar zit een reden achter: een druk bord vraagt om eenvoudig eten en de meeste gerechten verliezen het van het patroon. Als je een bloemdessin wilt, kies er dan een waarbij het patroon in de rand zit en het midden rustig blijft. Dan wordt je eten het onderwerp en het bord de lijst.
Ook zou ik geen goudrand kopen als je dagelijks de vaatwasser gebruikt en de magnetron. Goud slijt en vonkt, en dan zit je met mooi servies dat je nooit pakt. Mooi servies dat in de kast blijft staan, is verspild geld en verspilde kastruimte.
Waarom dit uiteindelijk beter voelt
Een tafel gedekt met stukken die je op verschillende momenten hebt gevonden, vertelt iets. Dat klinkt sentimenteel, maar het is ook heel praktisch: je bent niet bang meer dat er iets breekt. Als een bord sneuvelt, verlies je geen set, je verliest een bord. En daar komt vanzelf iets anders voor terug.
Wie eenmaal begint, gaat vanzelf letten op merktekens en fabrikanten, en dan wordt zoeken een deel van het plezier. Servies is trouwens niet het enige waar dit voor geldt: er zijn meer dingen die je beter tweedehands koopt dan nieuw, juist omdat ze dan al ergens gestaan hebben. En staat je kast eenmaal vol, dan wil je hem ook laten zien: in een eetkamer met wandpanelen en erfstukken komt zo’n verzameling het beste tot zijn recht.
Begin met acht ontbijtborden in één toon. De rest volgt vanzelf, en meestal sneller dan je denkt.


